Drie woorden voor het zijvlak van een raamopening. Wat je precies meet, wanneer in m² en wanneer in m¹.
Wat een negge is en waar hij precies zit
Kijk naar een raamsparing van opzij. De muur is bijvoorbeeld 0,30 m dik en het kozijn zit 0,20 m naar buiten geplaatst. Wat aan de binnenkant overblijft is de negge: 0,10 m diep, rondom de sparing.
Die diepte staat zelden op de plattegrond. Je meet hem op de bouw of leest hem uit een detailtekening. Bij binnendeurkozijnen geldt hetzelfde principe, alleen is de diepte daar meestal nul omdat het kozijn de hele muurdikte vult.
Negge, dagkant en neggekant naast elkaar
Negge is de terugliggende zone, dagkant het afgewerkte vlak erop, neggekant het spraakgebruik voor die zijkant. In een calculatie telt de eenheid zwaarder dan de term.
Reken je stuc- of schilderwerk, dan is het m²: neggediepte × lengte per zijde. Bij een raam van 1,80 × 1,50 m en 0,10 m diepte zijn dat twee stijlen van 1,50 × 0,10 en een bovendorpel van 1,80 × 0,10, samen 0,48 m². Reken je profielen of kitwerk, dan is het m¹: 4,80 m¹ per raam.
Waarom neggen zo vaak uit de calculatie vallen
Ze zijn klein per stuk en groot bij elkaar. Twaalf van zulke ramen is 5,8 m² dagkant en 57,6 m¹ lijnwerk, en dat is arbeid met veel hoeken en weinig meters per uur.
Op de plattegrond zie je alleen de sparing, niet de diepte, dus in een snelle telling verdwijnen ze. Zet ze in een aparte kolom naast je wand-m² en noteer de aangehouden neggediepte. Blijkt die 0,08 m in plaats van 0,10 m, dan pas je één getal aan.
Neggen liever automatisch in je meetstaat?
Met Meten.AI reken je de dagkanten automatisch mee. Je vinkt de optie dagkant aan boven de meetstaat en vult de neggediepte in; het programma rekent raamhoogte maal neggediepte maal twee zijden en telt die m² automatisch op bij elke kamer waar een raam zit. Ramen die geen dagkant krijgen, zet je uit.
Wat je exporteert komt daarmee overeen met wat je offreert: de opdrachtgever ziet welke sparingen zijn gerekend en met welke diepte. Dat scheelt discussie als de neggen op de bouw dieper blijken.
Hoe je die lengtes verder verwerkt, staat in dagkanten en hoekbeschermers in m¹.
Veelgestelde vragen over neggen en dagkanten
Wat de termen betekenen, hoe ze zich tot elkaar verhouden en waarom ze in je calculatie thuishoren.
Wat is een negge precies?
De negge is de zijkant van de muuropening waarin het kozijn staat: het vlak tussen kozijn en wandvlak. De diepte daarvan is de neggediepte, meestal gelijk aan de resterende muurdikte. Hoe je die maat in je calculatie krijgt staat bij neggen en dagkanten berekenen.
Is een dagkant hetzelfde als een negge?
In de praktijk gebruiken vaklui de termen door elkaar. Dagkant slaat strikt op het zichtbare vlak in de dag van de opening, negge op de inspringing van het metselwerk. Voor je calculatie maakt het geen verschil, zolang je het vlak maar één keer telt. Reken je per lopende meter, kijk dan bij dagkanten en hoekbeschermers in strekkende meters.
Hoe bereken ik het oppervlak van een negge?
Per raam: raamhoogte maal neggediepte maal twee zijden, eventueel plus de boven- en onderdorpel. Bij deuren tel je twee stijlen en de bovendorpel. Die post staat los van je wandvlak; zie bruto of netto m² met openingen.
Waarom worden neggen zo vaak vergeten in een offerte?
Ze zitten niet in het wandvlak en vallen daardoor buiten de standaard m²-berekening, terwijl ze wel arbeid kosten. Bij veel kozijnen tikt dat flink aan. Zet ze daarom als vaste regel in je meetstaat stucwerk uit een PDF-plattegrond.
Reken ik neggen af in m¹ of in m²?
Beide komen voor: in m¹ als je per strekkende meter afwerkt of hoekprofielen plaatst, in m² als je stuukt of schildert. Kies één eenheid per project en houd die in je hele offerte aan. Als afbouwbedrijf leg je die keuze eenmalig vast; zie de pagina voor het afbouwbedrijf.
Meer over dit onderwerp
Van plattegrond naar wandoppervlakte in 1 minuut
Upload een plattegrond en krijg direct alle wand- en vloeroppervlaktes per ruimte. Eén klik later staat je offerte klaar, snel, nauwkeurig en zonder handmatig rekenwerk.

